Homepage

Win een luxeweekend op het platteland winter 2011
Wenst u hier te adverteren? Contacteer ons gerust of volg deze link.

Duurzaam vlees:

fictie of 

non-fictie?

Beeld: VLAM, Mine Dalemans, Kristien Wintmolders

 

 

 

Hét modewoord van de 21ste eeuw is ongetwijfeld ‘duurzaamheid’. In elk televisiejournaal, in elk magazine en in elke toespraak van bedrijfsleiders lijkt het woord verplichte kost. Om de gevolgen van de klimaatverandering te beperken, moeten we duurzaam bouwen, duurzaam ondernemen en… duurzaam eten. Vooral als het op vlees aankomt, lijken de gevoeligheden groot. Vlees zou een groot vervuiler zijn, waarvan we te veel consumeren. Moeten we dan allemaal aan de vegetarische pot? Of bestaat er zoiets als ‘duurzaam vlees’?

 

 

Duurzaamheid is geen nieuw begrip. Wetenschappers roepen al sinds de jaren ’70 dat het groeitempo van de industrie, de bevolking en de voedselproductie onhoudbaar is. Het grote aantal milieurampen waarmee de wereld de laatste jaren geconfronteerd wordt, heeft alleen het bewustzijn verscherpt.

 

Duurzaamheid?


De term duurzaamheid omvat drie pijlers: ecologische (milieu, leefomgeving, biodiversiteit), economische (efficiëntie, groei, welvaart) en sociale duurzaamheid (status, imago, welzijn). Deze pijlers moeten in evenwicht zijn. Door te focussen op slechts één pijler, zoals economische groei, ontstaan immers ongewenste neveneffecten op de andere twee domeinen. Voorbeelden daarvan zijn vandaag legio.

 

Ecologisch

duurzaam vlees?


De productie, de verwerking en het transport van vlees hebben gevolgen voor het milieu. Om dieren te voederen bijvoorbeeld, hebben veehouders schaarse bronnen nodig zoals landbouwgrond, water en energie. Daarenboven draagt de veehouderij bij aan de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen (transport, verteringsproces vee) en de verontreiniging van bodem en oppervlaktewater (mest, gewasbeschermingsmiddelen).

 

Hiervoor wordt de sector vaak met de vinger gewezen. Maar wanneer deze effecten vergeleken wordt met de ‘diensten’ die de veehouderij levert, dringt zich een nuancering op. Vlees reikt immers belangrijke eiwitten, vitaminen en mineralen aan, op een meer efficiënte manier dan plantaardige voedingsmiddelen. Daarnaast levert de veehouderij nevenproducten die gebruikt worden voor kledij, groene energie en cosmetica.

 

De klimaatimpact van vlees is bovendien sterk afhankelijk van het type vlees en de plaats van productie en verwerking. Geen enkele studie hield tot nu toe rekening met ál deze factoren, dus uitspraken zoals “de veehouderij is verantwoordelijk voor 18 procent van de globale broeikasgasuitstoot” moeten met een grove korrel zout worden genomen.


Toch ontkent noch ontloopt de veehouderij zijn verantwoordelijkheid. Tien jaar geleden al werd van duurzame productie een beleidsprioriteit gemaakt, en mét resultaat. Uit het Milieurapport van 2010 blijkt dat de milieudruk van de landbouwsector (inclusief veehouderij) afneemt. Dit is deels te verklaren door een daling van de veestapel tussen 2000 en 2008, maar ook door een meer efficiënt gebruik van grond, water en energie. De ‘eco-efficiëntie’ nam immers toe. Daarenboven is de emissie van ammoniak (-56%) en broeikasgassen (-18%) tussen 1990 en 2009 substantieel gedaald, terwijl het aantal landbouwers die hun productie proberen te verzoenen met milieu- en natuurdoelstellingen tussen 2001 en 2010 enorm steeg (+ 500%).


Ondanks deze verbeteringen blijven inspanningen echter noodzakelijk, want de groei van de wereldbevolking zal de absolute impact van vlees op het milieu verhogen. Een pijnpunt waaraan de sector bijvoorbeeld nog moet werken, is de grootschalige import van soja als veevoeder.


Ook de consument, de beleidsmaker en het distributiekanaal ten slotte spelen een rol in dit verhaal. Beleidsmakers moeten een beleid uittekenen dat duurzame productie en consumptie stimuleert en supermarkten en consumenten moeten bewuster omgaan met de selectie en bewaring van producten. Daarenboven moet de gemiddelde vleesconsumptie per persoon in het Westen dalen. De gemiddelde Belg consumeert bijvoorbeeld 120,7 gram vlees per dag, terwijl 100 gram voldoende is.

 

Economisch

duurzaam vlees?


De Vlaamse veehouderij levert dus inspanningen om ecologisch duurzaam te zijn en zal dat in de toekomst blijven doen. Wat echter ontbreekt, is de compensatie voor die inspanningen op de markt. Ondanks de strengere eisen waaraan zij voldoen, ontvangt de veehouder immers geen hogere prijs. Dat ondermijnt de economische duurzaamheid van de veehouderij en kan op lange termijn ook de ecologische en sociale duurzaamheid blokkeren.

 

Sociaal

duurzaam vlees?


Wat de sociale duurzaamheid van vlees betreft, wordt voornamelijk naar het welzijn van de dieren gekeken. Een dier voelt zich pas goed in zijn vel wanneer zijn voeding, huisvesting en verzorging aansluiten bij zijn natuurlijke behoeften. En daarmee houdt de veehouderij steeds meer rekening. Vanaf 2012 bijvoorbeeld mogen leghennen niet meer in klassieke kooibatterijen gehuisvest worden.

 

Daarenboven nemen veel veehouders extra maatregelen, niet bepaald bij wet, zoals speelgoed in de varkensstal. Desondanks is ook dit domein nog voor verbetering vatbaar. De gewoonte om biggen zonder verdoving te castreren bijvoorbeeld, zou vanuit dit standpunt nog vervangen moeten worden door een minder pijnlijk alternatief.

 

Dus, is duurzaam

vlees haalbaar?

 

De veehouderij in Vlaanderen evolueert in de juiste richting, en beseft dat dit blijvende inspanningen vraagt. Wat echter ontbreekt is een eerlijke vergoeding voor die inspanningen op de markt. Daarenboven moeten andere betrokkenen, zoals consumenten, ook hun verantwoordelijkheid nemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5 duurzame voedingstips


1.  Kies voor een evenwichtige, gevarieerde voeding met 300 gram groenten, 2-3 stuks fruit en 100 gram vlees/vis/eieren/vervangproducten per dag


2.  Varieer daarbij voldoende tussen de verschillende soorten


3.  Verspil zo weinig mogelijk voedsel door goed na te denken over wat je nodig hebt in de winkel, en door het voedsel nadien goed te bewaren


4.  Eet volgens het seizoen. Groenten en fruit die buiten het normale seizoen worden geteeld, hebben immers een zwaardere milieu-impact


5. Kies voor kilometerarm voedsel: geef de voorkeur aan lokale (hoeve)producten. Zo beperk je het aantal voedselkilometers en betaal je een eerlijke prijs

 

 

 

 

 

 

reactie(s) gevonden

plaats zelf een reactie