Homepage

Win een luxeweekend op het platteland (lente 2012)
Wenst u hier te adverteren? Contacteer ons gerust of volg deze link.

 

De Brabantse Kouters

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

Beeld: Mine Dalemans, Pieter Coomans, Toerisme Vlaams Brabant/Dominic Verhulst, Luk Collet - www.straffestreek.be, Edison, Nationle plantentuin 

Tussen de Schelde en de Maas, op slechts enkele kilometers van Brussel, regeren land- en tuinbouw over een groen en soms heuvelachtig landschap. Historische hoeves, brouwerijen en weidse akkers bepalen het uitzicht van wat wij ‘de Brabantse Kouters’ noemen.

 

In de ban van het

groene en witte goud

 

Wie een geschiedenisboek openslaat, zal opkijken van het rijke verleden dat de streek met zich meedraagt. Ooit typeerden hopranken, Brabantse trekpaarden, imposante vierkanthoeves en witloofkroppen in volle grond het landschap. Vandaag wordt dat verleden gelukkig naar waarde geschat, met allerlei heroplevings- en beschermingsinitiatieven tot gevolg.

 

Wat echter nooit uit het Kouterland ten noordwesten van Brussel is verdwenen, zijn brouwerijen die samen een ruim assortiment aan bieren produceren en boeren die groenten en akkergewassen telen in de vruchtbare leemgrond. Reden genoeg om er met de fiets een dagje op uit te trekken.

 

 

 

Appels

en

peren

Ik begin mijn tocht in Asse, aan het veld met ranken dat de hopgeschiedenis van de streek in ere moet houden. Grote sculpturen en een wandelpad versierd met oude spreuken zorgen voor een magische sfeer. Wanneer ik me na een half uurtje slenteren aan de betovering van het veld heb kunnen onttrekken, fiets ik verder langs enkele historische hoeves richting Merchtem. Daar trekt het groen-rode logo van hoevewinkel Torenhof mijn aandacht. Ik stal mijn fiets naast de deur en werp snel een blik naar binnen. Voor mijn ogen ontluikt zich een prachtige kamer met grote ramen die uitgeven op een al even fraaie vierkanthoeve. De ruimte herbergt een ruim assortiment aan verse groenten en fruit, maar appels en peren spelen duidelijk de hoofdrol. “Die komen uit onze eigen boomgaard”, vertelt Ann De Ryck terwijl ze me welkom heet. “In totaal telen we zo’n 10 hectare appels en peren, waarvan we het grootste deel via dit kanaal verkopen. Tien jaar geleden heb ik voor een focus op thuisverkoop gekozen, omdat uitbreiden tot een bedrijf dat louter van zijn productie leeft niet haalbaar is, zo dicht bij Brussel. Daarom heb ik de schuur waar mijn vader vroeger op kleine schaal fruit verkocht vervangen door deze moderne, gekoelde winkel en heb ik het assortiment uitgebreid met producten van collega-boeren.”

 

In de rekken vind je niet alleen primaire producten maar ook bereidingen zoals appeljenever, perenstroop en bessenconfituur. “Oorspronkelijk wilde ik het aanbod aanpassen per seizoen, maar dat werd niet geapprecieerd door de klanten. Zij wensen immers het hele jaar door een uitgebreide collectie. Toch probeer ik ze het ritme van de seizoenen bij te brengen door elke week een speciaal voedselpakket aan te bieden, regelmatig een bepaalde soort in de aandacht te stellen en elk seizoen een origineel receptenboekje uit te brengen dat ze gratis mee naar huis mogen nemen. Die waardering voor het ritme van de natuur probeer ik niet alleen toe te passen in de winkel, maar ook in het fruitteeltbedrijf. Zo heb ik een Torenvalkkastje tussen de bomen geïnstalleerd om ongedierte te bestrijden en probeer ik ziekten en plagen te vermijden door de aanwezigheid van nuttige insecten te stimuleren. Als tuinbouwer is de natuur mijn belangrijkste bondgenoot. Ik moet er dan ook zorg voor dragen.”

 

PLACEHOLDER L

 

 

www.torenhofbrussegem.be

 

 

Klik, doe mee en win !

 

 

 

Met een mandje vol appels zet ik mijn verkenningstocht verder. Ik rijd opnieuw naar Asse, want daar vind ik volgens Ann nog één van de weinige grondwitlooftelers in ons land. Paul Jacobs, zijn vrouw Maria Geeurickx en hun schoonzoon Jelle telen er jaarlijks ongeveer 50 ton witloof, dat via de veiling voornamelijk aan restaurants en speciaalzaken wordt verkocht.

 

“Wij werken volgens de traditionele methode”, vertelt Paul. “Zowel het zaaien en planten van de wortels als het oogsten, kuisen en sorteren van de kroppen gebeurt met de hand. Maar we maken wel gebruik van een loods met vollegrondkuilen in plaats van koepels op open veld en kopen zaad aan in plaats van het zelf te kweken. Hierdoor mogen wij ons witloof niet bestempelen als ‘Brussels’ grondwitloof maar moeten we het houden bij ‘Brabants’."

 

"Desalniettemin is het een moeilijke en arbeidsintensieve teelt, die voornamelijk bestaat uit twee delen: eerst telen we witloofwortels in open veld en daarna witloofkroppen in een donkere loods. In mei zaaien we de wortels, die we vanaf de tweede helft van september rooien of oogsten, met de hand bijsnijden en daarna opnieuw planten in kuilen in de loods. Daar worden ze via ondergrondse buizen verwarmd en zowel onder als boven de grond van water voorzien, zodat zich bladerkroppen (het eigenlijke witloof, nvdr) ontwikkelen. Na 25 tot 30 dagen zijn die kroppen volgroeid en klaar voor de oogst. Daarna worden ze van hun wortels gesneden, gekuist en uiteindelijk gesorteerd naar grootte en kwaliteit.”


Ondanks het roemrijke verleden van de teelt, kennen weinig grondwitloofboeren vandaag nog opvolging. Paul en Maria vormen daarop een uitzondering. “Wij hebben bijzonder veel geluk dat onze dochter en haar vriend geïnteresseerd zijn in een overname”, knikt Paul. “Niemand ziet het bedrijf dat hij eigenhandig heeft opgebouwd immers graag doodbloeden wanneer hij op pensioen gaat.”

Het witte

goud

 

 

 

 

 

 

 

Twee kopjes koffie en een wandeling langs de omliggende velden later, neem ik afscheid van Paul en zijn familie. Mijn volgende halte is het groente- en akkerbouwbedrijf van Guy Lemaire, een oude schoolkameraad van Paul. Onderweg verbaas ik me over het weidse uitzicht dat de akkers en het weiland bieden. Na lang genoeg in de verte te staren, meen ik zelfs de contouren van het Atomium aan de horizon te ontwaren.

 

De hoeve waar de routekaart me naartoe leidt, is alweer een prachtig exemplaar. “In 1978 werd het als erfgoed beschermd”, weten Guy en zijn zoon Pieter-Jan. Samen vormen ze de vijfde en zesde generatie boeren die in dat mooie, historische kader mag werken. “Rondom de hoeve bewerken we 45 hectare grond, waarvan 12 hectare preiteelt als hoofdactiviteit. Onder leiding van mijn vader was het nog een gemengd bedrijf met varkens, een koe, akkerbouw en groenten. Toen hij overleed en ik er als 19-jarige plots alleen voor stond, heb ik de groentetak uitgebreid en de andere activiteiten stopgezet”, vertelt Guy.

 

Vandaag staat hij er gelukkig niet meer alleen voor. “Pieter-Jan helpt voltijds en mijn vrouw Carla deeltijds. Dat is geen overbodige luxe, want de preiteelt brengt veel handenarbeid met zich mee. In het voorjaar zijn we zoet met het handmatig planten van de prei. Vanaf begin augustus volgt de oogst, wat wel per machine gebeurt. Maar daar stopt het niet bij, want het échte werk wacht ons na het rooien, met name het kuisen van de prei (lacht). Dat kost ons zeker 10 maanden tijd per jaar. De prei gaat wel door een machine, die het grofste vuil verwijdert en de wortels en het blad afsnijdt, maar daarna moeten we het nogmaals wassen met de hand. Ten slotte wordt de prei ingepakt per kist van 10 kilogram, in de koelkamer bewaard en getransporteerd naar de veiling.” 

 

Wanneer Guy me na de rondleiding het salon van de hoeve toont, valt mijn oog op de klok. Door al dat gebabbel is de tijd razendsnel verstreken. Ik neem snel afscheid en fiets opnieuw de horizon tegemoet. Wanneer ik in de verte het Atomium spot, wuif ik even. “Je weet maar nooit”, mijmer ik, “dat iemand juist deze richting uitkeek” (knipoog).

Boeren in

een uniek

kader

 

 

 

 

 

 

www.brabantsekouters.be

 

 

Het groene goud


Van de late middeleeuwen tot de 20ste eeuw karakteriseerden hopranken het landschap in het gebied Asse, Affligem en Aalst. Tijdens de graancrisis in de 14de eeuw werd de hopteelt door boeren als bijverdienste geïntroduceerd, maar later ontplooide de regio zich als een echte hopstreek. In de 20ste eeuw kregen de telers het echter zwaar te verduren, met een grote uitval tot gevolg. De teelt was immers arbeidsintensief en de concurrentie uit het buitenland nam steeds toe. Om het verdwenen erfgoed nieuw leven in te blazen, legden Asse en Aalst in 2009 en 2010 opnieuw twee hopvelden aan en werden allerlei educatief-toeristische initiatieven opgezet. Zo kan je een hopwandeling of -fietstocht maken doorheen de streek en in enkele Affligemse restaurants een ‘Hoppeland menu’ genieten.

 

 

 

Waar naartoe in De Brabantse Kouters?

 

 

 

 

De brouwersroute

In de Brabantse Kouters worden traditioneel veel bieren gebrouwen, van bekende merken als Palm en Grimbergen tot kleine namen als Leireken en Satan. Wie deze biergeschiedenis actief wil beleven, kan een fietsroute volgen langs zeven authentieke brouwerijen. Dorst zal je tijdens de tocht niet lijden, want je krijgt meermaals de kans om de lokale brouwsels te degusteren. Proost!

Toerisme Vlaams-Brabant


Provincieplein 1, 3010 Leuven


Tel. 016/26 76 20


www.toerismevlaamsbrabant.be

Nieuwelaan 38, 1860 Meise


Tel. 02/260 09 20


www.plantentuinmeise.be

Nationale Plantentuin

De Nationale Plantentuin in Meise is één van de grootste ter wereld. De tuin strekt zich uit over maar liefst 92 hectare en telt ongeveer 18.000 soorten planten uit alle uithoeken van de wereld. Behalve planten tref je op het domein het 19de eeuwse kasteel van Boechout aan, waar soms gratis tentoonstellingen worden georganiseerd.

 
 

Paardenstoeterij Diepensteyn

Brouwerij Palm houdt zich niet alleen bezig met het produceren van bieren. Het bedrijf zet zich ook in voor de bescherming van haar favoriete Brabantse Trekpaard. Op het kasteeldomein Diepensteyn, sinds 1989 in handen van de groep en gelegen in de buurt van haar brouwerij in Steenhuffel, worden trekpaarden gefokt en allerlei gerelateerde activiteiten georganiseerd.

Diepensteyn 1, 1840 Steenhuffel


Tel. 052/31 74 11 (Palm)


www.palm.be

Steenweg op Aalst 198a, 1745 Opwijk


Tel. 052/35 96 70

Ambachtelijke imkerij Leon Nachtergaele

Leon en zijn vrouw Maria houden bijtjes en oogsten honing, die ze nadien zelf verkopen in hun kleine winkeltje. Daarnaast maken en verkopen ze zelf een aantal bijproducten, zoals advocaat met honing en gevulde pralines. Ook wijn, zalfjes en propolis behoren tot het assortiment.

 
   
       
       
       
       
       
       
       
       

 

reactie(s) gevonden

plaats zelf een reactie